Zaaitijd

Mijn zoon van anderhalf loopt voortdurend weg, dus ik loop voortdurend achter hem aan. Zo hebben we, elke keer als ik even iets in onze moestuin wil doen, al een paar keer een rondje gelopen langs alle tuinen van de buren. Hij wijst de eendjes (‘kwakwakwa’) en bloemen (‘bloebloe’) aan, terwijl ik nieuwsgierig kijk naar wat iedereen doet met zijn 50 of 100 m2.

De een heeft een slingerpaadje en de ander een kaarsrecht pad. De een koopt zakken grond bij het tuincentrum en de ander gebruikt paardenmest van de boer naast ons. De een richt zich op een hoekje van de tuin en laat de rest woekeren, terwijl de ander elke vierkante meter gebruikt. Ik kijk naar de verschillende manieren van spitten, zaaien en composteren, het (her)gebruik van materiaal, het tuingereedschap, de bankjes hier en daar.

Voordat ik een moestuin had, dacht ik dat ik vooral geïnteresseerd zou zijn in het kweken van groenten en fruit. Maar nee: vooral de aanpak van elke tuin vind ik fascinerend. Ik denk dat de look and feel van de tuin iets zegt over de mens erachter – alhoewel ik de meeste buren nog niet heb ontmoet.

Maar wat zegt onze tuin dan over ons? Een meneer met een frees heeft ons hobbelige, overwoekerde grasveld omgespit. Met tweedehands stoeptegels hebben we de tuin verdeeld in vakken. Mijn dochters ruziën om wie water mag halen uit de sloot, maar ze hebben heel gezusterlijk twee vakken bloemen en een vak wortels gezaaid. Er komen nog aardbeien. We willen niet teveel hoeven oogsten, en alleen wat we allemaal lusten.

Vanwege de kinderen beperken we de activiteiten steeds tot een halfuur, want anders gaan ze zich vervelen. Maar in dat halfuur springen ze in hun laarzen van tegel naar tegel en krijgen ze zwarte handen en knieën, terwijl ik foto’s van ze maak.

Bij aankomst (‘Hoi tuin!’) en vertrek (‘Dag tuin!’) steekt mijn zoon steeds zijn handje op.

Ik denk dat onze tuin lid is geworden van ons gezin.

Comments are closed.